HET TRIESTE VERHAAL VAN DE BALEGEMSE GUILLOTINEMOLEN
Tijdens een gemeenteraad probeerde oppositiepartij ZorgSaam, via raadslid Pieter-Jan Keymeulen, te suggereren dat de restauratie stilgevallen was. Het gemeentebestuur antwoordde prompt dat dit absoluut niet klopt. Er werd namelijk al op 8 januari 2025 vergaderd. En niet zomaar vergaderd: met erfgoedcel Viersprong, gemeentelijke diensten én gespecialiseerde architecten. Er werden pistes besproken. Subsidies onderzocht. Alternatieven bekeken. Kortom: de molen draait misschien niet, maar de administratie wel.
De Guillotinemolen zelf is een indrukwekkende stenen bergmolen uit 1798, uniek in Noord-Europa dankzij zijn steile, conische vorm. Een soort architecturale Eiffeltoren van Balegem, maar dan met minder toeristen en meer klimop. Zijn naam dankt hij aan een tragisch ongeval waarbij een nieuwsgierige bezoeker kennismaakte met een draaiende wiek op een manier die dokters zouden omschrijven als “niet ideaal”.
Sindsdien lijkt de molen vervloekt door een eindeloze reeks restauraties die telkens nét niet volledig lukken. In 1975 werd hij beschermd monument. In 1977 begon een restauratie met steun van de Belgische staat, provincie en gemeente. Dat klonk veelbelovend, maar de werken verliepen ongeveer even stabiel als een cafékruk op de Gentse Feesten om 4 uur ’s nachts.
In 1987 kocht de gemeente Oosterzele de molen over. Alleen had de nieuwe fusiegemeente toen ook nog een OCMW, bibliotheek, sociale woningen, sporthal én wegen aan te leggen. De molen moest dus even wachten. Dat “even” duurde uiteindelijk decennia.
De officiële inhuldiging kwam er pas in 1991. De molen was toen nog altijd niet maalvaardig, maar wel officieel ingehuldigd — wat in Vlaanderen eigenlijk al telt als een halve restauratie.
Na het verkiezingsverlies van burgemeester Marcel Pien in 1988 begon de molen langzaam te veranderen in een openluchtproject rond spontane plantengroei. Meer dan 25 jaar lang kreeg het erfgoedstuk nauwelijks aandacht. Ondertussen groeide er letterlijk een boom uit de gevel. Niet figuurlijk. Echt een boom. De natuur had blijkbaar beslist om zelf een renovatieplan op te starten.
Sinds 2018 probeert Orville Cottenie (hij behoorde toen tot de CD&V - NVA coalitie) het dossier nieuw leven in te blazen. Subsidies werden gezocht, budgetten voorzien en plannen opgesteld. Volgens de vorige bestuursploeg werd zelfs 700.000 euro eigen inbreng vrijgemaakt en later nog eens 200.000 euro). Dat bedrag werd verdedigd door toenmalig schepen van financiën Pieter-Jan Keymeulen, die benadrukte dat hij samen met CD&V-collega’s de nodige middelen had voorzien.
Daarop volgde uiteraard het klassieke Vlaamse erfgoedritueel: discussiëren over wie vóór was, wie tegen was, wie zich onthield en wie vooral tegen de anderen was.
Ondertussen staat op het bord aan de molen nog steeds te lezen dat men “hopelijk in 2023” met de eerste werken zou starten.
We schrijven vandaag 2026.
De molen draait niet.
De werken draaien niet.
Maar de communicatie draait op volle toeren.
En waar staan we vandaag met de restauratie?
Wel… ongeveer op dezelfde plaats als de molen zelf:
stilstaand, licht overwoekerd, maar cultureel beschermd.
HDK