CONSULTANTS VOOR ANDERHALF MILJOEN IN OOSTERZELE
ANDERHALF MILJOEN VOORZIEN IN OOSTERZELE
VOOR EXTERNE CONSULTANTS
Dat hoor je tegenwoordig vaker in Vlaamse gemeenten: hoge uitgaven aan externe consultants worden politiek snel gelezen als een teken dat een bestuur óf te weinig interne expertise heeft, óf te ambitieus tegelijk wil werken aan veel projecten.
| Gemeentehuis Oosterzele |
In de kleine landelijke gemeente Oosterzele lijkt de discussie vooral te draaien rond:
- de schaal van de consultancy-uitgaven,
- én de vraag waarvoor die precies dienen.
Als een gemeente meer dan 1,5 miljoen euro over een volledige meerjarenperiode voorziet voor externe begeleiding, kan dat gaan over:
- studiebureaus voor wegen- en rioleringswerken,
- juridische ondersteuning,
- ruimtelijke planning,
- ICT/cybersecurity,
- subsidiespecialisten,
- HR-trajecten,
- architecten en projectregie,
- mobiliteitsstudies,
- klimaat- en energieplannen.
Technisch gezien vallen veel van die kosten onder “consultancy”, terwijl ze eigenlijk projectuitvoering ondersteunen.
De oppositie gebruikt daar dan vaak een politiek argument tegenover:
“Waarom bouwen we geen eigen expertise op binnen het gemeentepersoneel?”
Dat argument heeft wel inhoudelijke grond:
- consultants zijn duur;
- kennis verdwijnt soms opnieuw na afloop van projecten;
- afhankelijkheid van externe bureaus kan beleidsmatig problematisch worden;
- kleine gemeenten riskeren “regie te verliezen”.
Maar de meerderheid kan daar ook sterke tegenargumenten tegenover zetten:
- Oosterzele is geen grote centrumstad
- gespecialiseerde profielen aantrekken is moeilijk
- veel regelgeving is complexer geworden
- tijdelijke expertise extern inhuren is soms goedkoper dan vaste aanwervingen
- subsidies vereisen vaak gespecialiseerde dossiers.
De echte vraag is daarom niet alleen:
“Hoeveel gaat naar consultants?” maar eerder:
“Welke taken worden structureel uitbesteed die eigenlijk intern zouden moeten kunnen?”
Daar zit het politieke verschil.
Bijvoorbeeld:
- een eenmalige mobiliteitsstudie is vrij normaal extern
- jarenlang extern beleidsmanagement is gevoeliger
- externe communicatie- of strategiebureaus vaak politiek controversieel
- technische studiebureaus voor infrastructuur vrij standaard.
Wat in veel gemeenten meespeelt:
de administratie is de laatste 15 jaar veel complexer geworden, terwijl kleinere gemeenten niet proportioneel meer personeel kregen. Daardoor ontstaat een soort “consultancy-normalisering”.
De oppositie kan dat dan framen als:
- gebrek aan vertrouwen in eigen personeel,
- bestuurszwakte,
- of “besturen via studiebureaus”.
Terwijl het bestuur het eerder zal voorstellen als:
- professioneel management,
- expertise inkopen waar nodig,
- en versnelling van projecten.
Of 1,5 miljoen “extreem” is, hangt eigenlijk af van:
- de looptijd (6 jaar?),
- de totale investeringsmassa,
- en welk aandeel infrastructuurprojecten daarin zit.
Bij een investeringsprogramma van bijna 35 miljoen euro is het percentage op zich niet uitzonderlijk hoog voor studie- en begeleidingskosten. Maar politiek klinkt zo’n absoluut bedrag natuurlijk erg zwaar.
Eén oppositiepartij brengt tenslotte nog in herinnering dat er veel personeel werd aangeworven. EN het bedrag van anderhalf miljoen is teveel om enkel “plannen te schrijven”…
Bovendien zegt een oppositiepartij geven wij de voorkeur om het anderhalf miljoen effectief te gebruiken voor werken en investeringen en ook om minder te lenen.
HDK