DE OORLOGSBUNKERS VAN GIJZENZELE : DE VERDEDIGINGSLINIE
DE OORLOGSBUNKERS VAN GIJZENZELE (OOSTERZELE)
De bunkers van Gijzenzele vormen vandaag nog altijd tastbare herinneringen aan het Bruggenhoofd Gent en de verdediging van mei 1940. Hoewel ze volgens een gelijkaardig basisplan werden gebouwd, heeft elke bunker toch zijn eigen kenmerken, functie en geschiedenis.
De meeste bunkers waren gecementeerde constructies met één of twee schietgaten, vaak slim gecamoufleerd als woningen, stallen of ramen met luiken, zodat ze minder opvielen in het landschap. Binnenin waren doorgaans twee kamers voorzien, uitgerust voor de opstelling van Maximmitrailleurs en soms ook aangepast voor Hotchkiss- of Coltmitrailleurs. Aan de muren bevonden zich haken en rekken voor helmen, rugzakken en munitiebanden. Tijdens de Slag om Gijzenzele werden verschillende bunkers bemand door soldaten van het 6de Linieregiment.
Bunker A36 onderscheidde zich door zijn toegangssas met klimijzers in plaats van een trap, wat afweek van de oorspronkelijke plannen. De bunker beschikte over twee schietgaten die gecamoufleerd waren als vensters achter houten of metalen luiken. Binnenin lagen twee verbonden gevechtskamers. De bunker werd bemand door de 13de compagnie van het 6de Linieregiment. Het terrein waarop de bunker werd gebouwd, werd in 1934 en 1935 door de Belgische Staat aangekocht voor de landsverdediging en later opnieuw verkocht aan particuliere eigenaars.
Ook bunker A37 was een gecamoufleerde tweekamerbunker met twee schietgaten en voorzieningen voor verschillende types mitrailleurs. De constructie volgde grotendeels hetzelfde concept als A36, met bepleisterde muren, opgemetste hoeken en een licht hellend dak. De bunker stond oorspronkelijk op grond van Raymond De Vliegher en kwam in 1935 in handen van de Belgische Staat.
Bunker A38 was vermoedelijk een commandobunker en week daarom af van de standaarduitvoering. Waar andere commandobunkers meestal slechts één gevechtskamer hadden, beschikte A38 over twee kamers met schietgaten. Beide ruimtes waren ingericht voor Maximmitrailleurs. Vermoedelijk deed deze bunker dienst als commandopost van bataljon II/6. Opvallend is ook dat onzeker blijft of het voorziene hellende dak ooit werkelijk werd geplaatst.
Een van de meest bijzondere bunkers in Gijzenzele is Av11, gebouwd in de heuvelrug van de voormalige Gijzelmolen. Deze vooruitgeschoven bunker — “Avancé” — lag strategisch hoger om het lager gelegen terrein onder vuur te nemen. De bunker beschikte niet alleen over twee schietgaten, maar ook over een zeldzame nooduitgang. De ingang bevond zich in de molenberg en was bereikbaar via klimijzers. Binnenin waren twee kamers ingericht voor Maximmitrailleurs, met bijkomende voorzieningen voor andere wapens. De bunker was gecamoufleerd met een Tiroler afwerking en kreeg later nog een opvallend hoofdstuk in zijn geschiedenis toen een elektriciteitscabine jarenlang vlak voor de schietgaten stond.
De zogenaamde “Schaapstalbunker” was volledig anders gecamoufleerd. Deze bunker werd deels ommuurd en verder afgewerkt met houten planken zodat hij eruitzag als een eenvoudige stal. Ook hier waren twee kamers voorzien voor mitrailleurs, terwijl achteraan een metalen koepel was ingebouwd. De camouflage moest ervoor zorgen dat de bunker volledig opging in het landelijke landschap.
Av12 was opnieuw een uitzonderlijke constructie. Net als Av11 was hij gedeeltelijk afgewerkt met houten planken, maar deze bunker had bovendien twee afzonderlijke kamers die niet met elkaar verbonden waren. Elke ruimte had een eigen ingang. Eén kamer was bedoeld voor een 47 mm-kanon, terwijl de andere uitgerust was voor een mitrailleur en achteraan voorzien was van een koepel. Vermoedelijk werd deze bunker nooit volledig volgens de oorspronkelijke plannen afgewerkt.
De enige bunker van het type “D” in Gijzenzele lag achter de eerste verdedigingslinie. Deze bunkers waren bedoeld als tweede verdedigingsgordel wanneer vijandelijke troepen erin slaagden de voorlinie te doorbreken. Deze bunker had slechts één schietgat en was gecamoufleerd als stal bij een bestaande hoeve. Hij werd bemand door het 5de Linieregiment en kreeg na de oorlog een heel andere functie als bietenkelder voor de achterliggende boerderij.
Samen vertellen deze bunkers het verhaal van een verdedigingslinie die zich probeerde aan te passen aan het landschap en aan de moderne oorlogsvoering van die tijd. Hun camouflage, bewapening en soms opmerkelijke bouwdetails maken elke bunker in Gijzenzele uniek binnen het grotere geheel van het Bruggenhoofd Gent.
Klik bovenaan op het pijltje links om naar de HOMEPAGE te gaan