Wat verdienen onze lokale politici ?
Wat verdient de lokale politiek eigenlijk?
Wie zich ooit heeft afgevraagd wat een burgemeester, schepen of gemeenteraadslid eigenlijk verdient, hoeft geen detective in te schakelen. De verloning van lokale mandatarissen in Vlaanderen is volledig openbaar. Kortom: de cijfers liggen gewoon op tafel. Geen geheime kluis, geen zwarte kassa en ook geen enveloppe onder de tafel.
De weddes zijn bovendien wettelijk vastgelegd. En zoals dat in België hoort, gebeurt dat volgens een systeem dat eenvoudig lijkt… tot je het probeert uit te leggen.
De burgemeester: hoe meer inwoners, hoe groter de loonbrief
Voor burgemeesters speelt vooral het aantal inwoners van de gemeente een rol. De wedde wordt berekend op basis van de vergoeding van een lid van het Vlaams Parlement, momenteel ongeveer 9.278 euro bruto per maand, zonder onkostenvergoeding.
De burgemeester krijgt daarvan, afhankelijk van de grootte van de gemeente, een bepaald percentage.
In de kleinste gemeenten komt dat neer op ongeveer 2.400 tot 2.700 euro bruto per maand. In gemeenten tot 15.000 inwoners loopt het bedrag op tot ongeveer 4.500 à 6.500 euro bruto per maand.
En daar zit dus ook Oosterzele in de buurt. Met ongeveer 14.000 inwoners bedraagt de brutomaandwedde van de burgemeester 6.385,83 euro. Zie daarvoor de bron van de VRT.
Met andere woorden: de formule is vrij duidelijk. Meer inwoners = meer verantwoordelijkheid = meer wedde. Of de inwoners daar zelf rechtstreeks inspraak in hebben, laten we even buiten beschouwing.
Voor middelgrote gemeenten van 35.000 tot 50.000 inwoners loopt de wedde op tot ongeveer 9.200 euro bruto per maand. Dat is ongeveer het niveau van een Vlaams Parlementslid.
Bij grotere steden gaat het verder omhoog. Gemeenten met 80.000 tot 150.000 inwoners zitten rond 13.000 euro bruto per maand. Voor de allergrootste steden geldt een plafond van ongeveer 14.000 euro bruto per maand.
In Vlaanderen zijn er slechts twee burgemeesters die voor dat maximumbedrag in aanmerking komen: die van Antwerpen en Gent.
Bruto is natuurlijk niet netto
Zoals iedereen die ooit zijn loonbrief heeft bekeken weet: bruto is het bedrag vóór de werkelijkheid toeslaat.
Van de brutowedde gaan belastingen en sociale bijdragen af. Bovendien wordt maandelijks 7,5% ingehouden voor de pensioenopbouw.
En er is nog een plafond. Een burgemeester mag met al zijn politieke mandaten samen niet meer verdienen dan anderhalf keer de vergoeding van een Vlaams Parlementslid.
Kort gezegd: ook in de politiek bestaat er dus zoiets als “tot hier en niet verder”.
En de gemeenteraadsleden?
Voor gemeenteraadsleden ligt het verhaal iets anders. Zij krijgen doorgaans geen vast maandsalaris, maar een zitpenning of presentiegeld per bijgewoonde gemeenteraadszitting.
Dat bedrag ligt momenteel meestal tussen 60 en 265 euro bruto per vergadering. De gemeente bepaalt het concrete bedrag binnen de wettelijke grenzen.
Wie één keer per maand naar de gemeenteraad gaat, kan dus rekenen op ongeveer 130 tot 265 euro bruto per maand, eventueel aangevuld met vergoedingen voor commissievergaderingen.
Een vergadering missen betekent in dat geval niet alleen dat je minder weet wat er beslist is, maar mogelijk ook dat je portefeuille het verschil merkt.
En de schepenen?
Schepenen zitten qua vergoeding ergens tussen de burgemeester en de gemeenteraad in. Hun brutomaandwedde wordt berekend als een percentage van de wedde van de burgemeester.
- Tot 50.000 inwoners: een schepen ontvangt 60% van de wedde van de burgemeester.
- Vanaf 50.001 inwoners: dat wordt 75%.
Afhankelijk van de grootte van de gemeente betekent dat een brutomaandloon van ongeveer 2.500 euro tot meer dan 8.000 euro.
Daarbovenop komen nog het vakantiegeld — ongeveer 92% van een maandloon — en een eindejaarspremie.
Bepaalde kosten, zoals gsm-gebruik en representatiekosten, kunnen afzonderlijk worden vergoed of via een forfaitaire onkostenvergoeding worden gecompenseerd.
Ook de schepen draagt 7,5% van de brutowedde af voor de pensioenopbouw.
En dan is er nog: glasnost
Voor wie denkt dat dit allemaal nogal geheimzinnig klinkt: geen zorgen. Er is zelfs een mooi woord voor de openbaarheid ervan: glasnost.
Openbare mandatarissen — parlementsleden, regeringsleden, burgemeesters, schepenen, provinciegouverneurs, bestuurders van intercommunales en anderen — moeten jaarlijks hun mandaten, ambten en beroepen melden aan het Rekenhof. Ook de vergoedingen die eraan verbonden zijn, moeten worden aangegeven.
In bepaalde gevallen moet bovendien een vermogensaangifte worden ingediend. Die wordt door het Rekenhof onder gesloten enveloppe bewaard.
Het Rekenhof publiceert jaarlijks de lijst van mandaten, ambten en beroepen, evenals de lijst van personen die hun aangifte niet of niet correct hebben ingediend.
Dus, samengevat
De lokale politiek werkt voor de verloning met een redelijk eenvoudige basisregel:
Hoe groter de gemeente, hoe hoger de wedde.
Een burgemeester verdient, afhankelijk van het inwonersaantal, ongeveer 2.400 tot ruim 14.000 euro bruto per maand.
Een schepen ontvangt daarvan 60% of 75%, afhankelijk van de grootte van de gemeente.
Een gemeenteraadslid krijgt doorgaans geen loon, maar een zitpenning van ongeveer 60 tot 265 euro bruto per vergadering.
En vooral: het staat allemaal openbaar.
Wie dus wil weten wat de lokale politiek verdient, hoeft geen onderzoekscommissie op te richten. Een beetje zoeken volstaat.
Al kan men natuurlijk altijd nog een gemeenteraadszitting bijwonen. Dat is niet alleen informatief, maar voor sommige mandatarissen zelfs financieel interessant.
Klik bovenaan op het pijltje links om naar de HOMEPAGE te gaan