OOSTERZELE KAN MEER DOEN VOOR HET KLIMAAT
Oosterzele kan méér doen voor het klimaat
Klimaatverandering is al lang geen ver-van-ons-bedverhaal meer. Wie de voorbije zomers heeft meegemaakt, weet ondertussen dat een hittegolf geen uitzonderlijke gast meer is die om de zoveel jaar eens aanbelt. Ze lijkt stilaan een vaste bezoeker te worden. En zoals dat met sommige bezoekers gaat: je mag hopen dat ze niet lang blijft, maar verstandig is het om er toch rekening mee te houden.
Ook een landelijke gemeente als Oosterzele ontsnapt daar uiteraard niet aan. Maar dat betekent niet dat we als kleine gemeente machteloos moeten toekijken. Integendeel. Een gemeentebestuur kan lokaal heel wat doen. Niet alles, uiteraard. Oosterzele gaat het klimaat niet in zijn eentje redden en de gemeenteraad beschikt helaas niet over een grote rode knop met daarop "klimaatprobleem oplossen". Maar er zijn wél tientallen maatregelen die samen een verschil kunnen maken.
Minder beton, meer groen
Een eerste prioriteit is eenvoudig: meer groen en minder verharding (site VRV)
Bomen zijn daarbij misschien wel de goedkoopste klimaatinstallatie die we kennen. Ze leveren schaduw, verkoeling, slaan CO₂ op en zorgen bovendien voor een aangenamere leefomgeving. Ook hagen, geveltuinen, struiken en natuurgroenperken dragen daartoe bij.
De doelstellingen (LEKP)die Oosterzele zichzelf oplegde zijn nochtans duidelijk: één extra boom per inwoner, een halve meter extra haag of geveltuin per inwoner en één extra natuurgroenperk per duizend inwoners. Dat klinkt ambitieus, maar het is tenminste concreet. En concrete doelstellingen hebben één groot voordeel: op een bepaald moment kun je controleren of ze ook werkelijk zijn uitgevoerd, (noot : LEKP wordt deels vervangen door het Klimaatplan Vlaamse Ardennen waartoe ook de gemeente Oosterzele behoort)
De jongste beschikbare LEKP-cijfers geven alvast een gemengd beeld. Voor beplanting werd 73 procent van het doel bereikt, maar voor bomen slechts 19 procent. Voor ontharding staat de teller op 27 procent. Daar is dus nog behoorlijk wat werk aan de winkel.
Misschien moeten we daarom niet wachten tot elke gemeentelijke werkgroep opnieuw heeft vergaderd over de ideale plaats voor de ideale boom. Soms mag een boom gewoon geplant worden, er is bv. het nieuwe Bergbos in Balegem om er maar één te noemen...
Onze gebouwen mogen geen serres worden
Een tweede belangrijk aandachtspunt zijn de gemeentelijke gebouwen.
Scholen, sporthallen, administratieve gebouwen en woonzorgcentra zijn vaak ontworpen in een tijd waarin extreme hitte eerder uitzondering dan regel was. Vandaag worden sommige lokalen op warme dagen bijna vanzelf een sauna. En een rusthuis mag uiteraard geen tropisch vakantieoord worden, hoe vriendelijk het personeel ook is.
Daarom moet bij renovaties niet alleen worden gekeken naar energieverbruik in de winter. Isolatie, buitenzonwering, ventilatie, groendaken, regenwateropvang, zonnepanelen en slimme energiebeheersystemen zijn evenzeer belangrijk om gebouwen tegen zomerse hitte te beschermen.
Voor kwetsbare bewoners moet de lat nog hoger liggen. Een gekoelde gemeenschappelijke ruimte in een woonzorgcentrum zou eigenlijk geen overbodige luxe mogen zijn. De eerste keuze blijft uiteraard passieve koeling: isolatie, schaduw, ventilatie en groen. Maar wanneer mensen tijdens een hittegolf gezondheidsrisico's lopen, moeten we ook durven erkennen dat actieve koeling soms noodzakelijk is.
Dat kost geld (private eigenaars en andere). Natuurlijk. Maar niets doen kost uiteindelijk ook geld – via hogere energiefacturen, gezondheidsproblemen, ziekenhuisopnames en noodzakelijke herstellingen.
Van diesel naar elektrisch en soms gewoon naar de fiets
Ook mobiliteit hoort in dit verhaal thuis.
Vlaamse gemeenten schakelen geleidelijk over op elektrische dienstwagens, elektrische fietsen en andere vormen van duurzame mobiliteit. Ook Oosterzele heeft met de aankoop van elektrische voertuigen door de vorige bestuursploeg al stappen gezet. Maar misschien moeten we vóór de vraag "Welke elektrische auto kopen we?" eerst een andere vraag stellen:
Hebben we voor deze verplaatsing eigenlijk wel een auto nodig?
Voor korte dienstverplaatsingen kan een elektrische fiets vaak perfect volstaan. Voor langere afstanden kan de trein een interessant alternatief zijn. En wanneer een dienstwagen noodzakelijk is, kan een elektrisch voertuig een logische keuze zijn.
Duurzame mobiliteit betekent dus niet alleen de dieselwagen vervangen door een elektrische wagen. Het betekent ook kritisch kijken naar ons verplaatsingsgedrag.
De cijfers vertellen een verhaal
Oosterzele heeft bovendien al een aantal concrete klimaatdoelstellingen. De beschikbare LEKP-cijfers tonen onder meer dat 41 procent van de beoogde CO₂-reductie werd bereikt, 49 procent van de primaire energiebesparing en 57 procent van de doelstelling inzake laadpunten.
Maar er zijn ook duidelijke achterstanden.
De doelstelling voor collectieve renovaties staat op 0 procent. Hernieuwbare energie zit op 20 procent, hemelwateropvang op 19 procent en fietspaden op 20 procent. Voor bomen werd, zoals gezegd, slechts 19 procent van de doelstelling gerealiseerd.
Dat zijn geen cijfers om met de vinger naar één bestuursploeg te wijzen. Ze zijn vooral een uitnodiging om te kijken waar versnelling mogelijk is. Want klimaatbeleid is geen wedstrijd waarbij de oppositie de meerderheid moet betrappen op een onvoldoende. Het zou beter een gezamenlijke opdracht zijn waarbij meerderheid én oppositie elkaar voortdurend uitdagen om een tandje bij te steken.
Water wordt het nieuwe goud
Ook water verdient meer aandacht.
Meer ontharding betekent dat regenwater opnieuw in de bodem kan infiltreren in plaats van bij hevige buien zo snel mogelijk naar de riolering te verdwijnen. Meer hemelwateropvang maakt ons tegelijk minder afhankelijk van drinkwater voor toepassingen waarvoor drinkwater eigenlijk helemaal niet nodig is. De doelstelling voor Oosterzele is één vierkante meter ontharding en één kubieke meter extra hemelwateropvang per inwoner.
Dat zijn geen spectaculaire projecten waar je een lint voor hoeft door te knippen. Maar net daarin zit misschien de kracht van lokaal klimaatbeleid: honderden kleine ingrepen kunnen samen een groot effect hebben.
Een tegel minder hier, een boom meer daar, een regenwaterput, een ontharde speelplaats, een groendak, een geveltuin… Het klinkt allemaal weinig heroïsch. Maar het klimaat is helaas niet bijzonder onder de indruk van heroïek. Het reageert vooral op wat we daadwerkelijk veranderen.
En er is nog een troef: de mensen zelf
Een landelijke gemeente heeft bovendien iets wat in grote steden soms moeilijker te organiseren is: sociale samenhang.
Buren kennen elkaar (meestal...). Verenigingen spelen een belangrijke rol. Vrijwilligers zijn actief. Tijdens een hittegolf kan een eenvoudig telefoontje naar een oudere buur of een bezoek aan iemand die alleen woont een wereld van verschil maken.
Klimaatbeleid gaat dus niet alleen over zonnepanelen, laadpunten, bomen en warmtepompen. Het gaat ook over mensen.
Geen excuses, maar een plan
Oosterzele hoeft geen klimaatkoploper van Europa te worden om nuttig werk te leveren. Maar de gemeente kan wel tonen dat ook een kleine landelijke gemeente haar verantwoordelijkheid kan opnemen.
Daarvoor is vooral een duidelijke langetermijnvisie nodig. Niet elke school, sporthal, straat of gemeentelijk gebouw kan morgen worden aangepakt. Er moeten keuzes worden gemaakt. De meest kwetsbare gebouwen en plaatsen verdienen voorrang. Investeringen moeten worden gepland over meerdere jaren (zie meerjarenplan Oosterzele) en niet telkens opnieuw afhangen van de politieke kalender. Want klimaatverandering houdt helaas geen rekening met verkiezingen. Ze wacht niet netjes tot de volgende legislatuur is begonnen.
Daarom zou het goed zijn als meerderheid én oppositie samen bekijken welke klimaatdoelstellingen Oosterzele sneller kan realiseren. Niet door elkaar voortdurend vliegen af te vangen, maar door elkaar uit te dagen: kan het ambitieuzer, kan het sneller en kan het slimmer?
De gemeente kan inzetten op meer bomen, hagen en natuurgroen, verdere ontharding, betere hemelwateropvang, klimaatbestendige scholen en gemeentelijke gebouwen, renovatie, hernieuwbare energie, duurzame mobiliteit, fietspaden, deelwagens en een betere bescherming tegen hitte.
En ja, dat kost geld (Meerjarenplan Oosterzele)
Maar een gemeente die vandaag verstandig investeert, betaalt morgen misschien minder energiekosten, heeft minder problemen met wateroverlast en hitte en biedt haar inwoners een aangenamere en gezondere leefomgeving.
Dat lijkt mij geen geldverspilling.
Dat lijkt mij gewoon goed bestuur.
Oosterzele is misschien klein op de kaart. Maar klein betekent niet dat we niets kunnen doen.
En misschien is dat uiteindelijk de meest realistische ambitie: niet beloven dat Oosterzele de wereld zal redden, maar er wel voor zorgen dat onze eigen dorpen morgen groener, koeler, zuiniger en leefbaarder zijn dan vandaag.
Dat lijkt me al een behoorlijk goed begin.
Klik bovenaan op het pijltje links om naar de HOMEPAGE te gaan