PISA KRIJGT KRITIEK IN DE PERS
PISA TEST KRIJGT KRITIEK
De kritiek op PISA is op sommige punten terecht: een test is nooit een volledige weergave van de kwaliteit van het onderwijs en cijfers moeten altijd kritisch worden geïnterpreteerd. Maar daaruit volgt niet dat de resultaten weinig of geen waarde hebben.
Het argument dat leerlingen zich minder hebben ingespannen omdat PISA geen examen is, is op zich relevante informatie, maar het maakt de resultaten niet automatisch waardeloos. Bovendien kiezen individuele leerlingen er niet voor om aan PISA deel te nemen; het gaat om een internationaal onderzoek waaraan geselecteerde leerlingen deelnemen.
Vooral de redenering dat een geringe motivatie voor PISA een bewijs zou zijn van de kritische, creatieve en toekomstgerichte houding van onze jeugd, gaat te ver. Daarvoor is geen bewijs. Het kan evengoed betekenen dat leerlingen weinig moeite doen voor iets wat geen gevolgen heeft voor hun schoolresultaten.
PISA moet daarom niet worden beschouwd als een absolute of volledige maatstaf voor onderwijskwaliteit, maar wel als een gestandaardiseerd en internationaal vergelijkbaar instrument dat waardevolle signalen kan geven. Het kan ons helpen ontdekken waar problemen zitten en hoe we ervoor staan tegenover andere onderwijslanden.
De juiste reactie op slechte resultaten is dan ook niet om ze weg te relativeren of er zelfs "hiep hiep hoera" bij te roepen. Evenmin moeten we in paniek raken. We zouden vooral moeten vragen: waarom zijn de resultaten minder goed, wat vertellen ze ons en wat kunnen we verbeteren?
Kortom: PISA is geen heilige graal, maar ook geen zinloze oefening. Meten heeft beperkingen, maar niet meten maakt een mogelijk probleem niet kleiner. Wie onze jongeren en ons onderwijs ernstig neemt, moet bereid zijn ook ongemakkelijke resultaten ernstig te onderzoeken.