APPLAUS, APPLAUS VOOR DE GEMEENTELIJK ADMINISTRATIE VAN OOSTERZELE...
De gemeenteraad van Oosterzele: 3 september 2026 - waar zelfs een werkgroep al te zwaar kan wegen
Op 3 september 2026 schoven 22 gemeenteraadsleden van Oosterzele gezellig rond de vergadertafel, de microfoons werkten en de camera en de agenda was goed gevuld. En zoals dat hoort op een gemeenteraad: vooral veel administratieve punten. Spectaculair? Niet echt.
Alhoewel…
Na meer dan 20 jaar verwaarlozing werd eindelijk een restauratiedossier voor het gemeentelijk erfgoed De Guillotinemolen goedgekeurd. Een stenen windmolen die dus binnenkort(….) misschien opnieuw de aandacht krijgt die hij al een tijdje verdient. Niet iedereen vond dat een goed idee. Groen-Oosterzele stemde tegen. Volgens Groen is het een “verloren investering”.
Maar goed, de molen staat er nu eenmaal en hij draait voorlopig vooral op geduld.
De Oosterzeelse administratie: applaus! applaus! applaus!
Wie de gemeenteraad volgde, kon er moeilijk naast kijken: de gemeentelijke administratie werd uitvoerig bewierookt. Vanuit verschillende hoeken van meerderheid én oppositie klonken dankwoorden en lofbetuigingen. Voluit en PRO 9860 brachten het meermaals ter sprake. Ook ZorgSaam deed gezellig mee met de dankwoordenreeks. Want, zo werd gezegd: het meerjarenplan is toch vooral het werk van de administratie.
Prima! Een dikke pluim dus voor die administratie.
Maar toen kwam, enkele agendapunten later, de kleine gemeentelijke realitycheck. Een raadslid van ZorgSaam wees erop dat een vraag van een gemeenteraadslid meer dan twee maanden op een antwoord had moeten wachten. En bovendien bleek het antwoord inhoudelijk niet bepaald een schoolvoorbeeld van “antwoord geven op de gestelde vraag”. Twee maanden wachten op een antwoord mag natuurlijk niet het nieuwe normaal worden. Anders moeten we binnenkort misschien ook een wachtrijnummer invoeren voor schriftelijke vragen.
En toen kwam Groen met het voorstel van een werkgroep…
Aanleiding: de voorbije hittegolven.
Groen stelde voor om een werkgroep op te richten die meteen aan de slag kan met zaken die een gemeente lokaal wél kan doen:
Samengevat :meer bomen en groen, meer hemelwateropvang, meer ontharding, maatregelen tegen extreme hitte, kortom: concrete initiatieven die misschien ooit zelfs zichtbaar worden buiten de gemeenteraad.
En daar werd het plots ingewikkeld. De meerderheid wees erop dat Oosterzele geen deskundige milieu in dienst heeft, onvoldoende expertise bezit en waarschijnlijk bij Solva te rade zal moeten gaan. En, de administratie zou door dit onderwerp zwaar belast worden.
Even recapituleren…
Een paar agendapunten eerder:
“Onze administratie verdient alle lof. Het meerjarenplan is grotendeels dankzij hen tot stand gekomen.”
Een paar agendapunten later:
“Een werkgroep rond concrete lokale klimaatmaatregelen? Oei… daar gaat onze administratie zwaar onder gebukt.”
Je zou haast denken dat we ondertussen over twee verschillende administraties spreken.
De oplossing van de meerderheid?
Het agendapunt van Groen verschuiven naar een volgende gemeenteraad. Uitstel dus.
Want blijkbaar is zelfs een werkgroep oprichten tegenwoordig een administratieve krachttoer.
Er werd gestemd. En merkwaardig stemde één raadslid van ZorgSaam tegen het uitstel. Misschien was dat raadslid gewoon van mening dat wanneer een gemeenteraadslid een concreet voorstel op tafel legt, je het beter bespreekt dan het alvast netjes in de gemeentelijke koelkast te parkeren.
De wereld op zijn kop?
Want wie bestuurt de gemeente eigenlijk? De gemeenteraad hoort het beleid uit te stippelen en richting te geven. De administratie ondersteunt, adviseert en voert uit. Natuurlijk kan een kleine gemeente niet voor iedere mogelijke expertise een specialist in huis hebben. Dat is begrijpelijk. Oosterzele heeft beperkte middelen en een beperkte personeelsbezetting. Maar als gebrek aan expertise vervolgens een reden wordt om een concreet initiatief van gemeenteraadsleden door te schuiven, wordt het toch een beetje vreemd.
Straks krijgen we misschien:
“We kunnen dit voorstel niet behandelen, want onze administratie heeft er geen expertise over.”
Misschien toch eens breder kijken
Dat Oosterzele niet voor alles eigen deskundigen kan hebben, is op zich geen schande. Maar het is wél een zoveelste reden om ernstig na te denken over de toekomst van onze gemeentelijke organisatie. Meer expertise nodig? Meer slagkracht nodig? Meer personeel nodig? Meer middelen nodig?
Misschien moeten we dan niet alleen kijken naar wie de administratie vandaag kan ondersteunen, maar ook naar de vraag of een fusie met andere gemeente(n) op termijn meer bestuurskracht kan opleveren.
Want één ding zou toch duidelijk moeten zijn: Een gemeenteraad is er niet om de administratie te ontlasten van politieke initiatieven. Het is eerder de bedoeling dat de administratie de gemeenteraad helpt om die initiatieven waar te maken.
Anders krijgen we een merkwaardige bestuurslogica: De administratie wordt eerst uitvoerig in de bloemetjes gezet omdat ze zoveel kan… om vervolgens een werkgroep uit te stellen omdat ze misschien te veel zou moeten kunnen.
Dat is geen windmolen. Maar het begint wel verdacht veel op malen in dezelfde cirkel te lijken.